In groep 1 komen de kinderen voor het eerst in aanraking met het Daltononderwijs. Ze krijgen een weektaak die op een prikbord hangt. Iedere week hebben ze verschillende opdrachten, zoals knippen en plakken, verven, kleien of er wordt materiaal uit de kast aan geboden. Alle benodigdheden worden tijdens de instructie op een vaste plek neergelegd, zodat de leerlingen zelf kunnen beslissen wanneer ze een taak gaan maken. Als de leerlingen klaar zijn met hun werk, prikken ze een punaise met de dagkleur achter hun foto en onder hun taak. Het zelf beslissen van het wel of niet maken van de taak en wanneer, is voor deze groepen nog erg moeilijk. We proberen het daarom nog zoveel mogelijk te begeleiden. Elke weektaak wordt aan het eind van de week besproken. In deze groep wordt er veel aandacht besteed aan het samenwerken, omdat de leerlingen het hier nog moeten leren. Samenwerken vindt hier met name plaats door middel van keuze werk. De leerlingen moeten dan verplicht in tweetallen iets samen doen. Zoals bijvoorbeeld met grote blokken spelen enz.

Dit wordt aangegeven door middel van een symbool. Zowel in groep 1 als in groep 2 werken we met het principe van uitgestelde aandacht. Uitgestelde aandacht betekent dat de leerkracht op dat moment niet beschikbaar is voor de kinderen. De kinderen moeten wanneer ze vragen hebben dus zelf voor oplossingen zorgen door bijvoorbeeld verder te gaan met iets anders of door een medeleerling te vragen. De uitgestelde aandacht wordt aangegeven door middel van een symbool; een knuffel op de tafel van de leerkracht. In groep 1 wordt er maximaal 10 minuten per dag gewerkt met uitgestelde aandacht. Omdat de leerlingen nog moeten wennen aan het systeem zit de leerkracht voornamelijk aan het bureau en observeert. Alle aandachtpunten worden genoteerd en nadien besproken. Indien mogelijk kan de leerkracht ook een bepaalde groep of leerling extra instructie geven.

De kinderen zijn verantwoordelijk voor hun eigen werk, elkaar en hun omgeving.

Dit komt in het klussenbord duidelijk naar voren.

Tot de kerstvakantie wordt in groep 3 vooral klassikaal les gegeven. Wel zijn er korte verwerkingsopdrachten die de kinderen zelfstandig kunnen doen.
De kinderen beginnen dan met het leren lezen en rekenen. In groep 3 wordt gewerkt met de nieuwe Veilig leren lezen methode en voor het vakgebied rekenen werken we met Rekenrijk. In de groep wordt intensief gebruik gemaakt van het digitaal schoolbord.

Twitter

Facebook

Het werken van groep 3 wordt steeds zelfstandiger en in de groep wordt een taakformulier gebruikt. Hierop wordt elke dag aangegeven wat er het dagelijkse werk is (bijv: lezen schrijven, rekenen). Al het werk voor een ochtend/dag staat hierop. Als een werkje af is, wordt de desbetreffende smiley van die taak met de dagkleur gekleurd. Er zijn 3 verschillende smiley's per taak. De leerlingen geven dan aan of ze de taak leuk/ niet zo leuk/ helemaal niet leuk vonden. Als het werk goed gemaakt is, tekent de leerkracht de taak af d.m.v. een krul in het vakje te zetten. Zo kunnen de kinderen zelf kiezen wat ze eerst willen doen en houden ze een goed overzicht over wat ze nog moeten doen (In groep drie wordt er iedere dag na de instructie begonnen met vijf minuten uitgestelde aandacht).
Groep 3

Heb je een vraag, dan vraag je het eerst aan elkaar en als dat niet lukt, dan zet je je naamkaartje in de fotohouder bij de leerkracht. De leerkracht bepaalt wanneer de hulpvraag wordt beantwoord. Dit systeem wordt tot in groep 8 gehanteerd.
Samenwerkingsopdracht staat op de weektaak vermeld en is o.a. verwerkt in het keuzewerk, zoals de spelletjes van de speelleesset of een ander spel uit de kast."

In groep 5 volgt dan automatisch de dagtaken. Al het werk voor een ochtend/dag staat hierop. Als een werkje af is, wordt het vakje in die taak met de dagkleur gekleurd. Als het werk goed gemaakt is komt er een krul in het vakje. Zo kunnen de kinderen zelf kiezen wat ze eerst willen doen en houden ze een goed overzicht over wat ze nog moeten doen. In groep 5 wordt er na de instructie het grootste gedeelte van de ochtend zelfstandig gewerkt. Heb je een vraag, dan vraag je het eerst aan je maatje en als dat niet lukt, dan zet je je naamkaartje in de fotohouder bij de leerkracht. De leerkracht bepaalt wanneer de hulpvraag wordt beantwoord. Dit systeem wordt tot in groep 8 gehanteerd. Samenwerken is verwerkt in het werk, zoals bijvoorbeeld dictee met zijn twee of hoofdrekenen met zijn twee of een knutselopdracht. 

In deze groep krijgen de kinderen alle dagtaken van een week overzichtelijk op een papier. Zo kunnen ze leren vooruit te plannen en bijvoorbeeld alvast werk van een andere dag te maken.Ook kunnen ze in een oogopslag zien met welk werk ze achter zijn. Hierbij is samenwerking van groot belang: veel taken kunnen/mogen samen gedaan worden. Hierbij kunnen de kinderen veel van elkaar leren. Natuurlijk speelt ook de sociale vorming hierbij een grote rol.

In groep 5 werken de kinderen met weektaken waarop per dag staat aangegeven wat ze moeten doen. Werk dat af is wordt afgetekend met de dagkleur. Is het werk correct uitgevoerd dat tekent ook de docent dat vak.Na de instructie wordt het grootste deel van de ochtend zelfstandig gewerkt. Plannen van het werk is heel belangrijk en er is dan ook steeds overleg tussen leerlingen en docent over de goedeaanpak. Vooruit werken mag als een juiste planning onder de knie is. Veel taken bij de zaakvakken aardrijkskunde, geschiedenis en biologie zijn samenwerkingsopdracht. Ook tekstverwerken wordt samen met je maatje uitgewerkt.

In de weektaak die deze kinderen meekrijgen is de hele week gepland. Ze kunnen zelf bepalen wat ze wanneer willen doen. Als ze bijvoorbeeld op maandag al het taalwerk voor de hele week willen doen, is dat hun eigen verantwoordelijkheid. Als al het werk maar aan het eind van de week af is. Naast het zelfstandigwerken zijn er ook klassikale momenten, zoals het voorbespreken van de zaakvakken, (aardrijkskunde/biologie) het nabespreken van begrijpend lezen, kringactiviteiten en bewegings onderwijs. Het zelfstandig werken in de groepen 1 t/m 6 resulteert in groep 8 tot de volgende activiteiten op het gebied van zelfstandig werken:

  • Bij het oplossen van problemen gelden de 3 volgende vuistregels:
  1. Probeer zelf het antwoord te vinden door te zoeken in hulpmiddelen als woordenboek, handleidingen, info die in de klas aanwezig is.
  2. Vraag een mede-leerling.
  3. Vraag het de leerkracht
  • Als de kinderen met rekenen taal en de zaakvakken klaar zijn, corrigeren ze zichzelf waarna de leerkracht controleest. De toetsen worden door de leerkracht nagekeken.
  • De kinderen kennen alle informatie-middelen binnen school en kunnen daar zelfstandig gebruik van maken . Bijv: In de bibliotheek leesboeken en informatie boeken opzoeken, het gebruik maken van opzoekdozen, knipseldozen, de mediatheek, ecyclopedie, P.C. o.a. encarta, via internet enz.

In groep acht zijn de kinderen zo gewend aan het systeem dat een symbool niet meer nodig is. De kinderen weten dat de leerkracht niet gestoord kan worden als er individuele instructies worden gegeven. Andere afspraken over het niet storen worden mondeling gegeven. Wel wordt het kaartsysteem gehanteerd wat betreft hulpvragen: Een aantal opdrachten op de weektaak zijn gericht op samenwerking.

Kinderen kunnen ook zelf initiatief nemen om opdrachten gezamenlijk te maken. Deze mogelijkheid is er bij diverse opdrachten bij de zaakvakken, maar ook bij het maken van verslagen van diverse activiteiten, schrijven van een verhaal of opstel, het maken van extra werk als de weektaak klaar is, het samenwerken bij de ontdektafel en computer, samen knutselen, lezen, etc.